vrijdag 23 augustus 2013

Het simpele geluk van Khun Wang




Afgelopen zondag, vroeg in de morgen, ging ik met onze hond Kadhow op de scooter naar alweer een pracht plek waar hij lekker los kan lopen. Dit keer gingen we naar een andere vallei zo’n 10 minuten rijden hier vandaan. We stapten af en werden eerst begroet door drie waterbuffels. Kadhow kijkt er inmiddels niet meer van op.

We liepen de heuvel op en aan de andere kant weer naar beneden en kwamen in een mooi dal. In dat dal een meertje met een prachtige begroeide rots er in, groen, groen en nog eens groen. Toen we verder naar onderen liepen dook er rechts in de bosjes een kleine hut op. Ik had die al eens eerder gezien. Nu blafte er even kort een familielid van Kadhow. Kennelijk was er iemand thuis.

Toen we langs liepen kwam de eigenaar, die zich met een scheermesje in zijn huisje aan het scheren was, even naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Kadhow liep aan zijn ‘oefen’ riem. ‘Aah, nice exercise’, sprak de man in wat gebroken Engels en stak zijn duim in de lucht. Met de hond liep ik verder en wandelden we zo’n uur de vallei door en de heuvels in.

Op de terugweg kwamen we weer langs de hut. Er liepen twee fantastisch mooie, smetteloos witte, kippen onder een afdekzeil, zeg maar de luifel, van de hut. Op de vloer buiten lagen een paar rijstzakken in de modder en op de bank voor het huisje zat zijn hond.

De eigenaar, die zich nadien voorstelde als Khun Wang (Khun staat hier voor meneer of mevrouw), vroeg me om even onder zijn afdak te komen zitten. Mijn eerste reactie was om die uitnodiging af te slaan. Kadhow was echter zeer geïnteresseerd (en ik eigenlijk diep van binnen ook). We besloten dus om het aanbod toch maar aan te nemen.

We gingen op een bamboe bed/mat zitten en prompt kreeg ik ijskoude Rosella thee in een kapot wit kopje aangeboden. Allerhartelijkst. Vanuit toch nog steeds je westerse invalshoek denk je even na of dit wel verantwoord is om te drinken. Direct sloeg ik die gedachte de kop in. Het is grote kwats. Net zoiets als je eigen injectienaalden hier voor de veiligheid mee naar toe meenemen voor als je in een ziekenhuis zou belanden. Er is gewoon niets mis met dit land en van de gezondheidszorg hier kan nog wel wat geleerd worden. Dat is nog eens zorg. Mensen kletsen elkaar ziek (en daar wordt stevig wat aan verdiend). Lekker dus met Khun Wang aan de koude thee in een onrein kopje.

Khun Wang deed stinkend zijn best om zich in het Engels verstaanbaar te maken. Petje af! Dat ging ook helemaal niet verkeerd. Het leek zo’n beetje twee ‘gehandicapten’ met Engels, de een nog iets meer dan de ander, die elkaar zeker op gevoelsniveau verstonden. Een geweldige ervaring!

Khun Wang begon met mij duidelijk te maken dat hij wel arm leek maar dat helemaal niet was. Elke ochtend als hij wakker werd keek hij uit over het meer en zijn land. In de verte wees hij me tot waar zijn land in de vallei reikte. “Als ik het zou verkopen, wat ik natuurlijk niet doe, dan zou ik rijk zijn. Maar waarom zou ik het verkopen? Ik ben al lang rijk.”

Ik keek hem enigszins verbaasd aan. Hij lachte naar me met de tanden die hij nog in zijn mond had. In de gaten tussen zijn tanden wat witte rijstkorrels die hij, als ontbijt, net voordat hij voor de tweede keer naar buiten was gekomen in zijn ‘achterkamertje/berging/keuken/slaapkamer’ aan het eten was. Hij wilde me zijn rijkdom uitleggen.

“Jij hebt vast een Thaise vrouw”, zei hij tegen mij. Ik ontkende dat. Nou dat was heel goed vond hij. Bijna alle buitenlandse mannen kwamen naar Thailand voor een Thaise vrouw vond hij. Meestal oude mannen die een erg jonge Thaise vrouw trouwen. Ik hoorde dus in zijn ogen tot de minderheid en dat vond hij heel goed. Toch zei hij me dat Thaise vrouwen heel vaak mooi en lief zijn. In een volgend leven moest ik er maar eens op letten gaf hij me mee.

Khun Wang heeft geen vrouw en ook geen kinderen. Die zorg wilde hij niet. Hij had een aantal vriendinnen én, zo vulde hij aan, die vriendinnen hadden hém. Vrijheid, blijheid en geen verplichtingen. Het was altijd leuk met elkaar en als het niet meer leuk was dan trof je elkaar weer een andere keer en dan was het weer leuk. Kinderen waren er in Thailand ook al meer dan genoeg. Hij was lui van zichzelf en die zorg was, als je dat goed wilde doen, een aardige opgave. Hij genoot van zijn eigen rijkdom en van het wereldse aanbod om hem heen waarvan hij, alleen als hij dat wilde, gebruik maakte. Ik werd, met een lach op zijn gelaat, succes gewenst met de opvoeding en zorg van de kinderen die ik onder mijn hoede had.

Waarom mijn hoofd kaal was, vroeg hij me. Ik vertelde hem dat dat uit een geintje was geboren zo’n 15 jaar terug. Aardig verhaal zei hij. Maar weet je, volgens mij ben jij ook gewoon lui. En alweer lachte hij. Kijk zei hij, voor me heb ik mijn eigen vijver vol met vis. Je denkt toch niet dat ik ga vissen? Ik ga af en toe naar de markt en koop er een vis. Ik ontmoet er mensen, heb er leuke gesprekken en als ze niet meer leuk zijn dan ga ik weer lekker naar hier. Geen gedoe aan mijn hoofd. Soms komt er iemand met me mee en zo niet dan is het ook helemaal goed. Anderen vissen hier af en toe wel. Dat vind ik allemaal goed. Soms krijg ik er wat voor maar daar zelf gaan zitten… ik geniet liever van het uitzicht.

Jij bent in mijn ogen dus ook lui en daarom scheer je je hoofd, dan heb je er verder geen omkijken naar. Wij zijn “Same, same but different” en weer die grijns.

Hij liep zijn ‘verblijfsruimte’ in en kwam terug met een stevige bos ‘Dragon Eyes’. Tropische vruchten die hier momenteel volop groeien. ‘Van mijn eigen land’ zei hij. Voor jou.”. Veel te veel. Ik at er een paar en gaf de rest, volgens mij had hij ze voor zijn eigen consumptie, terug. Dat nam hij niet aan. “Neem deze mee voor je mooie Europese vrouw”, zei hij me. Ik nam ze mee.

Na zo’n twintig minuten stond ik op om te gaan. Hij vroeg me nog eens terug te komen om bij te praten. Voor mij goed om Thais te leren en voor hem om beter het Engels onder de knie te krijgen. De honden mochten elkaar kennelijk ook. Nu ik ‘vriend’ was mocht ik altijd vrij over zijn land en rond het meer wandelen als ik dan maar wel weer eens aan kwam.

Zeker weten dat ik dat doe. Wie weet neem ik er binnenkort deelnemers aan een van onze programma’s mee naar toe. Khun Wang laat je ervaren hoe je met niets heel simpel gelukkig kunt zijn. Wat wil je eigenlijk nog meer…


Frans Captijn



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen