vrijdag 9 november 2012

Lopen westerse kinderen niet de kans op het plofkip syndroom?

In het dorpje waar wij op dit moment in Thailand wonen gaan we regelmatig op het eind van de middag in een zogenaamd ‘shophouse’ wat drinken. Wij vinden het leuk om met de lokale bevolking wat contact te hebben. Onze boeken met zinnetjes en woorden van de Thaise les gaan soms mee en dat leidt dan tot lachwekkende taferelen. Voor ons een pittige (toon)taal om te leren.


Als we er zitten zien we het schouwspel dat kinderen van school naar huis komen. Met schoolbusjes of, soms met z’n drieën achter op de brommer van pa of ma, komen ze in hun uniformen weer thuis. Even daarna wordt er op straat samen gespeeld. Ook de dorpsbewoners treffen elkaar en bespreken allerhande zaken. Ze kopen in het winkeltje van het huis waar we zitten één sigaret, een portie rijst, een vis of een Thaise whisky. De kinderen soms een zakje chips of vuurwerk.

Het is één groot feest van elkaar buiten treffen, communiceren en heel gewoon stap voor stap het leven leren of ván het leven leren. De kinderen, oud en jong, spelen met elkaar, met fietsjes, stokjes bamboe, een bal, een hond, kat of kip, een ballon, een zakje met water, of wat er maar voor handen is. 


Van hun ouders en opa's en oma's leren ze. Van hun vader 'jagen' op vis, kikkers of andere dingen om te kunnen eten. Van hun moeder over alles (en dat is hier in Thailand werkelijk enorm veel) wat maar te eten of te gebruiken is aan groenten, fruit, (geneeskrachtige) kruiden, etc., vaak letterlijk voor het oprapen in de omgeving. Iedereen doet, van jong tot oud mee. Jong leert van oud maar zeker ook oud van jong. 
Net als met de honden op de straat hier zijn er duidelijk natuurlijke roedel-leiders met aan het hoofd ons 'Dorps hoofd'. De mensen hier bouwen stap voor stap aan een natuurlijke levenservaring. De dorpelingen jong en oud zijn vrienden, kennen elkaar oprecht en staan daar waar gewenst en zonder dat dat gevraagd hoeft te worden voor elkaar klaar. Oprecht 'Noaberschap'.

En ja, ook hier hebben ze mobieltjes en internet en toch, het leven is één grote ont-moeting (geen haast) vooral ook buiten.

Veel westerse kinderen lijken sneller. Ze leren al heel vroeg multi-tasken en weten alles in een mum van tijd op internet op te zoeken, te koppelen en op hun manier te communiceren. Wij hebben er ook zo een van 12 hier rondlopen. Een vooruitgang kun je dat zeker noemen. En toch…

Bij mij roept het een beetje het gevoel op van de zogenaamde 'plofkip' waar we in Nederland van af willen of moeten. Ik weet dat nog uit mijn tijd in Barneveld. Een kuiken wordt/werd er in zes weken tijd van kuiken tot 2 kg wegende 'plofkip' opgefokt. Stel dat het dier na die tijd al buiten uit zijn stal zou komen in zijn (overigens oorspronkelijk geschapen) natuurlijke omgeving, dan weet het niet meer te overleven. Uit haar super snelle kunstmatige groei omgeving (waar ze zelf geen weet van had) wordt ze haast ogenblikkelijk ziek. Ziek van de stress buiten. Sterft misschien van de honger, of krijgt een hartaanval door de inspanning die een stukje lopen of rennen ineens kost. Levensvatbaar? 

 
Ogenschijnlijk is het in de steeds snellere westerse wereld veel beter voor onze kinderen. Is alles super snel door kinderen te vinden. Worden ze in rap tempo klaar gestoomd om tot hoge leeftijd geld in het laadje te brengen. Misschien hebben ze geen eens weet meer van wat er écht op straat en om hen heen gebeurt. En hoe zit het met de echte vriendschappen, met de echte contacten, met levenservaring om alles wat je op internet vindt op jouw leeftijd ook te kunnen vatten en plaatsen? Welke veerkracht bouwen ze op?

Het blog van deze week zal misschien oudbollig over komen. Het kwam zo maar in mij op omdat ik nu hier ook een, in mijn ogen goede, keerzijde zie. Het herinnert aan ‘vroeger’ toen zaken lang zo slecht allemaal nog niet waren. Leren onze kinderen in onze steeds snellere westerse wereld, als het echt een keer mis gaat, hoe met die tegenslagen om te gaan of die tegenslagen als kans te zien? Welke échte vrienden zijn er dan die letterlijk naast ze staan? Weten ze überhaupt wat veerkracht is? Wat hebben ze 'op straat' aan zelfredzaamheid nog geleerd?

Gewoon een gedachtespinsel dat in me op kwam na een gesprekje met iemand die bij ons op bezoek kwam en het leven hier ook kan vergelijken met onze formele ‘thuisbasis’. 

Maar laten we rustig verder slapen. De techniek staat voor niets. Er zal wel weer een of ander ‘electronisch’ apparaatje tegen die tijd voor worden uitgevonden om ook deze vraag van mij weer te beantwoorden. Werk voor psychologen wordt het volgens mij vast. Of moeten we niet eens wat meer naar buiten met z’n allen? Het gemakkelijkste is om er maar in te geloven dat ik het afgelopen week met mijn gesprekspartner veel te negatief zie ;)).

Frans Captijn




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen