vrijdag 17 maart 2017

Geluid vernietiging. De mens rukt verder op.

Vanmorgen liep ik met mijn hond lang door het bos. Meer en meer kent hij de weg en gaat hij waar hij wil gaan. Ik volg. Wie laat wie nu eigenlijk uit denk ik wel eens? We blijven er samen vitaal bij.

Op een stil bospad trok zowel bij hem als bij mij het geluid van een prachtige grote vogel onze aandacht. Eigenlijk stonden we samen tegelijkertijd stil om te luisteren naar de harmonie van al die geluiden daar op die plek.
Misschien komt het ook omdat ik de laatste maanden steeds meer met geluid werk en me er door studie in verdiep. Meer en meer gewaar en bewust ben van de fantastische geluiden in de natuur om ons heen.

Als je je meer bewust wordt van de harmonie in geluid, wordt je hele manier van luisteren gewijzigd. Je kunt de harmonie horen in een druppelende kraan of je gewaar zijn van de boventonen van de wind die wind die tijdens een storm langs je raam vliegt. Je luisterpatroon verandert en als dat gebeurt verandert je bewustzijn feitelijk ook. Je verbind je op een dieper niveau.

Luisteren neemt ongeveer 70% van onze sensitiviteit in beslag. We kunnen er gemakkelijk door leren om ons met onze omgeving te verbinden. Iets dat we van nature gewend zijn om te doen. Helaas verliezen de meesten van ons dat als ze ouder worden. Er zijn andere dingen belangrijk om ons op te richten.

Wetenschap toont aan dat een van de basis functies van onze oren is om door natuurlijk geluid het energie van onze hersenen en van 90 – 95% van ons lichaam op te laden.

Elke ochtend start ik in de Sala hier op het resort. Carlien, mijn dochter, noemt het de ‘vogel disco’. Het is fantastisch om de tijd van de dag inmiddels steeds meer te kunnen ‘lezen’ door de geluiden om je heen. Als je je bewust bent van de combinatie van het werken van je zintuigen heb je de klok niet meer nodig. Ik draag dan ook al vijf jaar geen horloge meer. In één woord zalig.

Op die plek in dat bos, actief met dat luisteren samen in de weer, hoorde we in de verte het geluid van een motorfiets, nog een en nog een. Het bleken cross motoren te zijn die, als idioten, door het bos en over de wandelpaden kwamen scheuren. Grote stofwolken en een oorverdovend lawaai. Nog net op tijd kon ik mijn hond aan de riem vast maken om een aanrijding met de eerste motorrijder, die niet in de gaten had dat er ook nog iemand ‘stil’ stond te luisteren, te voorkomen. Ze scheurden alle drie voorbij. Ik bleef kuchend in het stof en met mijn aangeslagen hond achter. We bleven maar even stil staan tot het stof weer was neergeslagen. Het geluid was anders geworden. De stilte, de ervaring van de aanwezigheid van alles, was ‘dood’ geworden. Dat alles wat er was… was er ineens niet meer. Uitgedoofd, vernietigd, door de plotselinge verstoring. De een zijn plezier, de ander moet maar even slikken (of beter gezegd stof happen).

Het deed me denken aan een hele korte filmimpressie die in onlangs kreeg toegestuurd over de musicus en natuuronderzoeker Bernie Krause. Hij is een van 's werelds toonaangevende experts op het gebied natuur geluiden. Krause neemt gedurende een lange periode en steeds op een zelfde plek zogenaamde "soundscapes" op en gaat ze nadien met elkaar vergelijken. De wind in de bomen, het getjilp van de vogels, de zang van bultruggen. Dat doet hij al meer dan veertig jaar en hij heeft het grootste archief ter wereld daarover inmiddels opgebouwd. Hij kan in kaart brengen hoe de de geluiden in en van het landschap in de loop van de tijd zijn veranderd. Deels door klimaatverandering maar ook omdat de mens steeds verder oprukt en verstoort. Verandering en verstoring in de omgeving. (Als je zelf wilt luisterenklik dan hier. De stilte spreekt boekdelen.

Het lijkt wel of we niet meer zonder extra geluid kunnen. De radio of muziek in de auto, muziek tijdens sporten of hardlopen, muziek in huis en tijdens onze studie, overal extra geluid. En met al dat extra geluid verjagen we als het ware dat geluid dat er ooit was om ons juist te bedienen van rust, verbazing, eens even stil te staan (zoals ik dat in het bos even mocht doen).

Is er een manier om je beter met de wereld om je heen te verbinden? Tenminste kun je er op inzetten om beter te luisteren. Door beter te luisteren naar het geluid van leven, in plaats van die geluiden om zeep te helpen, komen we in een magnifieke speurtocht terecht naar het holle geluid van diegene die we zijn. Diepere lagen van luisteren en diepere verbinding met onszelf en onze omgeving.  

De mens rukt op, het heet groei en groei is verandering waarin we mee moeten. Op zich niets verkeerds aan. We moeten en willen meer. Het draait om ‘ik’. En de wereld om ons heen moet dat maar respecteren. Stofwolken en lawaai of niet. IK, MIJN plezier. Klimaatveranderingen laten ons grotendeels koud. Van dat wat we verder van en voor onszelf vernietigen zijn we ons steeds minder bewust. Dat nieuwe generaties ook nog verder willen staat niet op ons lijstje. De techniek lost dat dan wel weer op…

Ik hoop dat mijn vogeldisco nog lang stand houdt en na het zien en horen van het korte filmpje van Bernie Krause heb ik daar toch een hard hoofd in. Natuurlijke stilte, open staan voor het ervaren van de aanwezigheid van alles... Ik ga er dagelijks nog meer voor open staan nu het hier nog even kan.  


Frans Captijn

www.captijninsight.com



vrijdag 10 maart 2017

Service clubs. 100% intentie om te helpen? Of om trots te zijn op jezelf over wat je bereikt hebt?

“Een serviceclub is een vrijwillige non-profitorganisatie waarvan de leden elkaar regelmatig ontmoeten om liefdadigheidswerk te doen door metterdaad bij te dragen of door het werven van middelen voor andere organisaties. Een serviceclub is in eerste instantie gericht op haar maatschappelijke missie, hetgeen externe dienstbaarheid wordt genoemd. Ten tweede wordt zijn gekenmerkt door interne dienstbaarheid. Leden worden gestimuleerd bij te dragen aan sociale activiteiten, netwerken en mogelijkheden tot persoonlijke ontplooiing.”
(Bron Wikipedia, de vrije encyclopedie)

Vele jaren ben ik met veel plezier van verschillende serviceclubs lid geweest. Als jonge beroepsbrandweerofficier werd ik lid van Junior Chamber International. Als brandweercommandant in een andere gemeente werd me gevraagd om een lid van de Round Table International te worden. Toen ik veertig werd ging dat lidmaatschap over in de zogenaamde 40+ club. Ik werd toen benaderd voor Kiwanis International en ben daar jarenlang in Nederland nog lid van geweest.

Ik heb er nog steeds vele goeie herinneringen en vriendschappen door.

Er is nog steeds heel veel liefdadigheidswerk op deze wereld te doen. Wat mij het meeste in de clubs die ik noemde aan sprak was de hands-on mentaliteit (gewoon werken om iets voor anderen te bereiken in plaats van je eigen beurs trekken) en de sterke vriendschapsbanden. Eens over iets anders praten dan je werk en op een fijne manier samen werken om de doelen voor anderen te helpen bereiken.

In Thailand ben ik geen lid meer van een service club. Regelmatig zie en hoor ik discussies van heel veel verschillende clubs die over de wereld zijn verspreid. Ik heb meer en meer het gevoel dat de basis intentie soms dreigt te worden ondergesneeuwd. Zeker als ik af en toe de discussies hoor over de publieke zichtbaarheid van deze fantastisch mooie organisaties.

De hoofddoelstelling is en moet dienstverlening aan de gemeenschap zijn en blijven. Niet alleen als club, maar ook als individuele leden. Het voelt voor mij totaal verkeerd, ik zie het als lidmaatschap vervuiling, als ik hoor dat een bedrijf voor zijn of haar werknemer het lidmaatschap betaald. Onderliggend speelt daardoor het bedrijfsbelang. Mogelijk zakelijke voordelen binnen halen door dat lidmaatschap. Hoe zo persoonlijke ontwikkeling. Als een lid echt wil werken aan persoonlijke ontwikkeling en groei ... het draait dan dus om een persoonlijke en niet om een bedrijfsmatige zaak, dan betaal je je lidmaatschap gewoon zelf. De zaken moeten helder en duidelijk blijven en de service gedachte moet altijd prevaleren.

En hoewel een serviceclub niet per se exclusief hoeft te zijn in de ideologische motieven, identificeren veel clubs zich er wel degelijk mee. En dat is dan ook het tweede wat me als minpuntje meer en meer begint op te vallen. In mijn beleving hebben de mensen die lid zijn van deze clubs toch een zekere sociale status of positie. Een lidmaatschap kunnen ze zich over het algemeen in financiële zin gemakkelijk veroorloven. Maar hoe zit dat met die intenties? Is het de bedoeling die voor 100% op de gemeenschap zijn gericht, gaan om vriendschap en persoonlijke ontwikkeling? Als ik rond kijk op het internet (en in de omgeving waar ik woon) zie ik dat het meer en meer kennelijk de bedoeling is om aan de buitenwereld te laten zien hoe goed we als club wel niet zijn. Marketing troef. Om status te krijgen of wellicht hoog te houden.

De buitenwereld tonen hoe trots ze zijn om lid van te zijn (en ja, zo was ik regelmatig ook) en te laten zien tot welke prachtige dingen ze allemaal niet in staat zijn als liefdadigheid. Met de nadruk op: “Vergeet niet dat 'WIJ' dit gedaan hebben...

Als je echt aan liefdadigheid, vanuit je overvloed, creativiteit, netwerk en hands-on mentaliteit, doet dat is meer dan geweldig. Op veel plaatsen en voor tal van individuen of groepen in de samenleving is dat nog steeds meer dan nodig. Gelukkig dat er (o.a.) serviceclubs zijn. Maar is daar dat ‘lifetime label’ plaatsen voor iets dat over het algemeen een vooral leuke, gezellige en eenvoudige job is (en jawel het kost tijd en organisatie) voor nodig? Om de aandacht aan dat wat je geleverd hebt te geven en je eigen identiteit te ‘verhogen’?

Ik vind het bijvoorbeeld triest om te zien hoe hier door de stad goedwillende oudere mannen, zwetend op hun driewielers, ‘rijke’ gasten vervoeren met een enorme plaat achterop hun fiets dat een serviceclub hun zweten heeft gesponsord. En jawel, natuurlijk begrijp ik dat de man hierdoor op een eerlijke manier voor zijn gezin wat geld kan verdienen. En toch…

Is niet een fundamenteel iets in je leven, en daarvoor hoef je geen lid van een serviceclub te zijn, om te groeien door te delen? Is het eigenlijk niet je morele plicht als je het beter hebt dan zoveel anderen? Het heeft alles te maken met het leven en het vervullen van je missie. Je hoeft daar geen ‘bord’ of 'label' aan vast te plakken omdat het alles te maken heeft met je missie (en ook die missie is groei). En ja nogmaals, ook ik betrap mezelf er soms nog steeds op dat ik mijn 'goede daden' zo graag zichtbaar met de wereld wil delen. Als je je daarvan bewust bent, ben je al weer een stapje dichterbij om gewoon te doen wat je hier hebt te doen. En als anderen mensen dat op welke manier dan ook waarderen is het de kunst om dat ook gewoon te accepteren. Bereid zijn om dat oprechte ‘dank je wel’ in ontvangst te nemen. Soms voor jou eigenlijk geen enkele moeite maar voor anderen een groot gebaar. Iets dat ik ook moest leren (en waarderen) in plaats van te zeggen ‘het was niets, geen enkele moeite’. Dat ontvangen is meer dan genoeg. Geen standbeeld voor nodig. 

Frans Captijn

www.captijninsight.com

vrijdag 3 maart 2017

Als je je missie leeft heb je geen doelen in je leven meer nodig.

“Waar zou je willen zijn over vijf jaar? Welke positie in de maatschappij? Wat wil je dan bereikt hebben? Wat is je doel? Richt je er op! Je kunt het bereiken! Geloof in jezelf!”
Deze idiotie heb ik jaren geleefd. Ik leerde het niet in één management training maar in heel veel cursussen en trainingen in relatie tot mijn vorige baan als algemeen directeur.

Stel je doelen, focus je op je doelen en geloof in jezelf. Je kunt het. Je kunt er komen. Niets is onmogelijk. Ik holde mezelf dan wel voorbij en was gericht op de toekomst maar dat mocht de pret allemaal niet drukken. En jawel, ik kwam er ook nog en vraag niet hoe. Als ik was aangekomen holde ik alweer door naar waar ik dan wel weer niet over vijf jaar zou willen zijn. Als ik nu terug kijk ben ik blij dat ik er nog op terug kan kijken.

Afgelopen week mocht ik werken met een koppel uit Australië. Hard werkende mensen in een eigen super goed lopend bedrijf en toch… niet voldoende verbonden met hun daadwerkelijke passie en missie. Ze zijn op een punt in hun leven over hoe moet het verder? De tijd raakt op. Wat gaan we met de tweede helft van ons leven (als dat er tenminste in zit) verder doen? 7 Dagen in de week hard werken. Een grote staf van medewerkers in de voorbereidingen en uitvoering in hun bedrijf. Altijd bereikbaar en inzetbaar (voor het eerst eens tijd vrij genomen in tien jaar). Geen tijd meer voor zichzelf en vaak te moe om verder te investeren in elkaar en toch nog lang niet in en met elkaar uitgekeken. Geweldig om een tijdje samen met ze te mogen optrekken.

Vandaag een hele vragenlijst over mijn eigen verandering in het leven. Iemand in Nederland is over mensen die een grote verandering in hun leven hebben gemaakt een boek aan het schrijven en ik ben er één van die daarin naar zijn ervaringen wordt gevraagd. En ook daarin kwam het leven, of liever gezegd niet leven, van je missie volop naar voren.

Gaande het programma met mijn Australische gasten ontdekte de man iets fantastisch en de vrouw nam dat over. En juist daarom noem ik het werken met onze gasten hier letterlijk ‘Street University’ (leren door te doen). Zowel de man als de vrouw raakten hun missie en passie in het leven door het programma zelf aan. De ontdekking van de man was dat als je je missie daadwerkelijk durft te leven je geen doelen meer in je leven nodig hebt. Elke dag weer bereik je in vrijheid en met energie een bestemming en je bouwt je leven alsof je een brug bouwt terwijl je er op staat. Je laat het leven ontstaan en geeft je er aan over.

Heeft al je tobben en het jezelf zorgen over van alles en nog wat maken je leven ooit al verlengd? Maak je niet bezorgd over morgen. Morgen kan wel voor zichzelf zorgen.

Als je je missie leeft laat je het meesterschap van je uniekheid toe. Je leven komt in flow en je geeft je over aan dat wat je bereikt en geniet anders en meer van de reis. Geen doelen meer nodig je krijgt onmens veel meer.

En die boodschap kwam vorige week zondag ook nog eens voorbij en mocht ik vanuit mijn eigen ervaring ook in het interview van de schrijfster delen.

Wat een rijkdom om zo te leven. En wat dat over vijf jaar betreft? Zeker ik had moeten weten dat het waanzin was om die vraag te leven. Mijn achtergrond en ervaring in de rampenbestrijding en crisisbeheersing toonde mij zeer regelmatig heel veel menselijk en dierlijk leed. Geen morgen meer. Helaas, pindakaas.

Als voor mij de zon morgen niet meer op gaat kan ik zeggen dat ik mijn missie heb geleefd. Wat een geluk, het was nog (net) niet te laat. En wat de wereld om me heen er allemaal van vind en van denkt… Dat is aan de wereld om me heen. Ik LEEF en wens zo’n leven in flow iedereen toe. Je hoeft je zogenaamde 'zekerheden' - die je overigens niet eens vast kunt blijven houden - maar los te laten, jezelf te vertrouwen en de stap te zetten. Het leven wordt een fantastisch avontuurlijke reis.

Frans Captijn

www.captijninsight.com