Ik heb met tientallen politici, bestuurders en burgemeesters mogen samenwerken. Toch vallen die, helaas en absoluut niet lullig bedoeld, allemaal bij mij in het niet bij deze, voor mij en in mijn ogen, vier toppers.
Voor mij geen volgorde voor hen in meer of minder belangrijk voor mij. Gewoon mensen waarop ik mateloos kon vertrouwen, die met mij geen spelletjes speelden, die humor hadden en waarmee het voor mij meer dan geweldig samenwerken was om samen te bouwen.
En hoewel van die vier er nog maar eentje, Jan Lonink in Terneuzen, op deze wereld rond loopt zeg ik toch tegen alle vier een heel hartelijk en oprecht gemeend:
DANK JULLIE WEL!
Cor Labree, voormalig burgemeester van Barneveld.
Het duo:Thijs Wöltgens, voormalig burgemeester van Kerkrade.
&
Bert Janssen, voormalig burgemeester van Landgraaf.
Jan Lonink, voormalig burgemeester van Terneuzen en bestuursvoorzitter van de Veiligheidsregio Zeeland.
Kerkrade, Kerkrade-Landgraaf en het ontstaan van
Brandweer Parkstad-Limburg.
Het duo Thijs en Bert:
Vrij kort na mijn aanstelling als commandant van de brandweer Kerkrade wijzigde we de naam van onze organisatie.
Kerkrade droeg ook zorg voor de gemeente Landgraaf (zoals Heerlen dat overigens ook deed voor bijvoorbeeld Hulsberg, dat ooit een zelfstandige gemeente was, Voerendaal en de vroegere gemeente Nuth.
De toenmalige Brandweerwet liet dat toe en de 'andere' gemeente betaalden gewoon voor die zorg.
Ik vond gelijk na mijn aanstelling dat onze naam geen recht deed aan ons, door mijn voorganger Jo Delnoy georganiseerde, veel grotere verzorgingsgebied dan uitsluitend de gemeente Kerkrade. Het waren immers Kerkrade, aangevuld met Landgraaf.
Dat Landgraaf hing er op dat moment gevoelsmatig voor mij maar een beetje bij. En hoewel ze destijds dan minder voor de brandweerzorg betaalden dan de inwoners van Kerkade, kan ik je verzekeren dat het op het gebied van preventieve en repressieve brandweerzorg nou niet zo heel veel aan inzet en uitdaging scheelde.
Met grote instemming van de besturen van de beide plaatsen en ook van onze ondernemingsraad werden alle voertuigen overgeplakt en ons briefpapier veranderd in "BRANDWEER KERKRADE-LANDGRAAF'.
En als ik dat nu zo type voelt dat nog steeds geweldig goed voor me (daar heb je weer die energie).
Even voor de goede orde: Inmiddels is de naam op de voertuigen weer terug naar KERKRADE. En dat heeft er mee te maken dat de brandweer Kerkrade-Landgraaf is opgegaan in de Veiligheidsregio Limburg-Zuid, nog een veel groter samenwerkingsverband dat ik toejuich. De voertuigen dragen nu de naam van hun standplaats en dat is nog steeds op die locatie en binnenkort, zo heb ik begrepen op een nieuwe plek, dus Kerkrade.
De nu ontstane "intergemeentelijke" brandweerorganisatie Kerkrade-Landgraaf kreeg een bestuur en dat bestuur had een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Thijs en Bert wisselden hun rol jaarlijks af en dat ging helemaal prima.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat mijn kontakt toch wat vaker met Thijs was dan met Bert. Dat kwam allereerst omdat de brandweerkazerne verhoudingsgewijze dicht bij het gemeenthuis van Kerkrade lag. Ook, werkelijk helemaal fantastisch, werd ik, net als mijn voorganger Jo Delnoy, standaard in Kerkrade bij allerhande culturele activiteiten en evenementen uitgenodigd. En ja, Kerkrade is een zalige Bourgondische stad (Landgraaf ook maar net weer iets anders) en dat straalde Thijs met zijn postuur, zijn sigaar, zijn lach en zijn rust ook uit.
Ook werd ik, door toedoen van de toenmalige gemeentesecretaris & algemeen directeur van Kerkrade Chris Kuikman, die dat op zijn beurt had overlegd met de gemeentesecretaris & Algemeen directeur van Landgraaf Jean Schutgens, gelijkwaardig lid van het gemeentelijk management team van de gemeente Kerkrade. En hoewel ik die titel niet kreeg, er ook absoluut geen behoefte aan had en er niet op 'geilde' werd ik zo Directeur-Commandant en kreeg ik een stem in alles wat er op directieniveau voor onze gemeente (waarin ik zelf overigens ook woonde) gebeurde. Werkelijk een fantastische tijd.
De huidige burgemeester van Heerlen, Roel Wever, was destijds collega directeur onder leiding van Chris. Hoe zaken kunnen lopen.
Ik zag Thijs door die feesten, partijen, de Vasteloavend (het Carnaval) en de wekelijkse bijeenkomsten met mijn collega directeuren van de gemeente Kerkrade, dus ook op een heel natuurlijke manier wat vaker dan Bert.
Toen ik nog maar een maand of drie begonnen was en een beetje de twee gemeentelijke organisaties, onze eigen brandweerorganisatie, onze buren (Heerlen, Simpelveld, Vaals, Brunssum, Gulpen-Wittem, Hertzogenrath -D, en Heinsberg - D) een heel klein beetje had leren kennen, vroegen Thijs (die als eerste voorzitter was) en Bert me om eens als een soort van eerste indruk of schets op te schrijven wat ik had aangetroffen, hoe ik er over dacht en wat mijn ideeen voor eventuele aanpassingen of veranderingen waren.
Ik kreeg direct ook met een lach de boodschap van de twee mee dat als ik iets wilde aanpassen ik creatief moest zijn omdat ik de komende jaren niet hoefde te rekenen op meer geld voor onze fijne en door zowel de gemeentebesturen als inwonders super gewaardeerde brandweerclub.
Dat; "Reken niet op meer geld" is overigens een zinnetje dat ik zo'n 31 jaar lang van alle bestuurders waar ik mee mocht werken mee. Ik werd er eigenlijk wel warm van. Creatief aan de slag omdat het gewoon kan. De talenten, waarover ik eerder schreef, waarmee ik op deze aardkloot ben gezet lieten me daar ook volledig op vertrouwen.
Ik dus aan de slag met dat eerste indruk rapport en mijn eerste ideeen. Ik gaf het de naam: "Achter glanzende ramen is nog een hoop te doen" (of woorden van gelijke strekking). De ramen in de uitrijdpoorten van de kazerne waren destijds veel groter dan die je hiernaast, met de nieuwe deuren, ziet. En die veel grotere ramen, glommen je altijd tegemoet.
Het 'rapport' of als je het zo noemen wilt, de wat uitgebreide notitie gaf dus mijn eerste indrukken aan, hoe ik het gebouw van binnen en van buiten met onze eigen mensen in werktijd wat meer "smoel" (huiselijke sfeer/energie) wilde geven en waar ik dat uit eigen budget van wilde betalen.
Ook over het opleidings en oefen niveau, de preventie, de pro-aktie, de preparatie (aanvalsplannen) de technische dienst, de repressieve 24-uursdienst en de samenwerking met gekazerneerde vrijwilligers, de op afroep beschikbare vrijwilligers groepen, de alarmcentrale (die we destijds nog in eigen beheer hadden en waar als in een tijger voorgelegen werd om dat aan de regio over te dragen), en noem maar op.
Een bijlage ging over mijn indrukken over de matige vorm van samenwerking met elkaar en het van iedere organisatie, ook van de buurkorpsen (en Ger Starren als commandant van de brandweer van Heerlen had dat gevoel gelukkig ook), vooral maar vast blijven houden aan de gemeentegrenzen als verzorgingsgebied (zoals die zelfde Brandweerwet feitelijk ook benoemde).
Dat laatste noemde in niet in het voordeel van burgers, inwoners en bezoekers in nood, en ("niet vergeten jongen hoor ik nu mijn ma zeggen") de dieren in nood in het verzorgingsgebied.
De landsgrensoverschrijdende samenwerking met onze Duitse buren in Hertzogenrath (Kreis Aachen) en Ubach-Palenberg (Kreis Heinsberg) noemde ik in die bijlage als een verhaal apart.
Mensen die het gebied niet goed kennen moeten weten dat in Kerkrade en in daaraan gekopplede Duitse Hertzogenren de landsgrens precies in het midden van een straat loopt. De ene kant van de straat heet Nieuwstraat. De andere kant Neustrasse. Altijd 'leuk' als er een brand of ongeval was om uit te zoeken wie er dan eigenlijk moest komen, wie er verantwoodelijk was en wat dan ook.
Daarnaast kan een brand of ongeval misschien dan wel 'het zelfde' zijn. Het optreden van hulpdiensten en de bevoegdheden over de grens verschillen. Dat is deels nog steeds maar was destijds werkelijk extreem.
Ik herinner me nog dat er ooit een jurist op een seminar in Duitsland was (Thijs en Bert waren er bij) die ging uitleggen waarom samenwerking over de grens juridisch enorm complex zo niet onmogelijk was.
Hij verklaarde onder andere (Waar kom je vandaan en waar heb je gestudeerd jongen?), dat we verkeersdeelnemers aan beide kanten van de grens met grensoverschreidende assistentie in gevaar brachten. Als voorbeeld haalde hij aan dat ze wellicht niet door hadden of zouden begrijpen wat er aan de hand was en konden gaan twijfelen of ze wel vrije doorgang aan brandweervoertuigen moesten verlenen. De toonhoogte van de sirenes van de brandweer auto's in Nederland en Duitsland was immers anders.
En die opmerkingen waren werkelijk koren op mijn molen!
Ik zie het nog voor me. Thijs en Bert bleven op de voorste ere rij van de zaal rustig. Ik knapte uit elkaar en stond nadat ik het woord vroeg, maar niet wachtte op toestemming, op en pakte een microfoon.
Mijn Duitse collega's keken me angstig aan met ogen van "Dit is not-done (maar dan in het Duits ;)) hier Frans". "Hier nemen status en positie een andere plaats in en dat kun je dus niet doen. Je bent nieuw en moet toch nog een hoop leren".
Die blikken gaven me nog veel meer energie.
Luid en duidelijk en in het Duits (met verkeerde naamvallen maar dat maakte me niet uit) ging ik even voordoen dat de jurist volkomen 'gelijk' had en hoe een automobilist in Nederland zou reageren als er een Duitse brandweerauto ons kwam helpen.
Toneelstukje (geleerd van mijn moeder). Ik ging op een stoel op het podium zitten. De zaal keek me verwonderd aan. De jurist op dat moment nog 'blij' dat ik zijn mening kracht zou bijzetten.
Ik speelde dat ik, als Nederlander, in een Nederlandse auto achter het stuur zat en op een normale manier in mijn binnenspiegel en buitenspiegels van mijn auto keek terwijl ik ergens in Kerkrade of Landgraaf op de weg reed.
Ineens schrik. Ik keer dieper in de spiegel. Ik gaf aan dat ik een Martin hoorn van verre achter me dichterbij hoorde komen (Je moet weten dat zo'n hoorn, ik denk een keer of drie/vier de geluidsterkte heeft dan een brandweervoertuig in Nederland).
Ik keek geschrokken nog meer in de spiegel en vertelde dat ik nu een groot rood vlak met knipperende voorlampen en blauwe lampen draaiend op het dak op me af zag komen. Ik keek dieper in de spiegel en zij met een vragende blik..."Wat staat daar nu op dat vlak? Feuerwehr? Wat moet ik in vredesnaam doen? Ik weet niet wat dat is, dat vlak komt wel heel erg dicht bij nu maar daarvoor hoef ik niet aan de kant. Gewoon door blijven rijden en me er verder maar niet aan storen! De wet schrijft volgens mij niet voor dat ik daar immers voor aan de kant moet".
De zaal lag plat, Thijs en Bert hun duim omhoog en de jurist pissed-off.
"Thuis gekomen vroegen Thijs en Bert om nog even na te praten. Ze hadden van mijn 'voorstelling' genoten en vroegen me of ik dat gensoverschrijdende gewoon maar wilde invoeren.
Samen spraken ze voor mij de historische woorden. "Los jij dat zo maar vanuit jullie vakmanschap op. Als er problemen uit voortkomen dekken wij dat bestuurlijk wel af." En, en dat kan ik van bijna geen andere burgemeester dan alleen die vier uit mijn lijstje hierboven helaas zeggen, dat gebeurde dan ook. Geweldig!
Terug naar dat rapport, die notitie.
Thijs en Bert en het bestuur van de gemeenschappelijke brandweer namen er kennis van en wilde, heel normaal en terecht, op de hoogte blijven van de ontwikkelingen. Een soort van, nou, prima om te weten, ga er maar mee aan de slag en houd ons op de hoogte. Handen er van af, die klus was voor mij/ons team, en prima dat je er als bestuur oog op houdt. Maar verder niet mee bemoeien de burgers betalen er genoeg voor.
Toch liet Thijs me door Annie Mans, zijn secretaresse en echt gewoon een 'tof wijf' bellen om nog even alleen bij hem aan te komen. Afspraak gemaakt en naar Thijs.
Hij wilde nog even dieper iets weten over die samenwerking met de buren in Oostelijk Zuid-Limburg en met de Duitse collega's zoals ik die in de notitie kort aanhaalde en waarvan ik vond dat die verbeterd moest worden. Ook de verbaasde vraag of ik echt bij mijn collega Starren in Heerlen op visite geweest was. Voor hem was dat historisch en aardig drempel verlagend. Hij moest er enorm om lachen.
Ik dus alles vertellen en op hoofdlijnen uitleggen en het maakte hem blij.
Kun je dat, alleen voor mij, nog even een heel klein beetje verder uitwerken op een A-4? Prima Thijs.
De volgende dag had hij dat A-4 van Annie op zijn bureau. Geen probleem, deed ik even in de avond en het gaf me immers energie.
De volgende dag, nog even een kwartiertje naar Thijs. Hij was oprecht geinteresseerd. Leg het nog even een keertje aan me uit wat je denkt en wat je zou willen doen?
Zo gezegd, zo gedaan, hij luisterde achteroverleunend met zijn sigaar en ik kon daarna weer gaan.
Twee weken nadien maakte Annie op verzoek van Thijs wederom een afspraak van een uur op de kamer van Thijs. En of ik me nog even goed op dat document wilde voorbereiden. "Niet nodig Annie, dat stroomt er bij mij zo wel uit."
Die afspraak, zelfde protocol. Eerst koffie drinken bij Annie op de kamer en gieren van het lachen samen, Thijs zijn afspraken liepen altijd uit, en daana een uur bij Thijs naar binnen. Nu wilde hij in detail alles weten van wat ik oprecht vond, de oplossingsrichtingen die ik voorstelde om het veiligheidsniveau met bestaande middelen voor de inwoners van het hele gebied op te krikken door intense samenwerking.
Hij luisterde ruim een half uur naar mijn uitleg terwijl zijn kamer voller liep met de rook van zijn sigaar en mijn kleding er wat door begon te stinken. Maar goed, als brandweerman ben je wel wat gewend.
Raampje open. Op een kier want niet iedereen hoefde dit te horen zei hij.
Het maakte me werkelijk super blij en ik ging er (ADHD) haast van stuiteren. Nog meer vragen, reflectie, etc.. En net voor dat uur waren we klaar. "Heel interessant Frans. Een werkelijk geweldig idee" en ik kon gaan omdat zijn volgende afspraak bij Annie al weer zat te wachten.
Ik pakte de klink van de deur en wilde zijn kamer uitlopen de centrale hal in.
Hij draaide zich in zijn stoel om en zei: "Kom nog heel even zitten". Nou prima, ik was immers helemaal in de mood. En toen zei hij: "Dit plan is werkelijk fantastisch maar... we gaan het NIET doen! Hoor je me, we gaan het NIET doen!"
Ik zakte bijna in elkaar en hij zag dat gebeuren en hij zij toen: "Frans, wat ik probeer te zeggen is, we gaan het NU niet doen. Kijk nog even in je notitie want er zijn nog heel veel dingen die je opnoemde die ook moeten gebeuren. Dat hebben we met Bert ook besproken dus ga daar maar mee aan de slag."
"En als je toch perse dit plan wil doen dan heb je mijn zege maar het kost je veel energie wat niet nodig is en je in mijn ogen beter aan die andere dingen kan besteden die noodzakelijk zijn."
En ik kon weer gaan.
Een beetje dizzy weer naar buiten en, samen met ons team, de ondernemingsraad en de collega's aan de slag gegaan met de andere dingen.
Te beginnen met smoel maken. Andere keuken in de kazerne, ander meubilair, buiten vlaggestokken met de vlaggen van de twee gemeenten en die van de brandweer, in top en een grote bloembak, de entree 'huiselijk' gezellig gemaakt, etc.. Daarnaast aan de slag met al de andere zaken.
Twee jaar later:
Mijn eigen secretaresse, Martha Vranken, belde me volgens mij op.
Ze had een telefoontje gekregen van de secretaresse van de burgemeester van Heerlen. Thijs was samen met de burgemeesters van Langraaf, Brunssum, en anderen bij hem in vergadering op kamer van de burgemeester in het gemeenthuis van Heerlen.
Of ik direct wilde komen omdat de burgemeester van Heerlen een probleem met brandpreventie daar had en een second opinion van mij wilde. "Nou Martha, sorry, daar trap ik niet in. Laat hem daarvoor maar naar een extern bureau gaan maar ik doe aan zo'n spelletje niet mee. Geef jij dat even door? dan ga ik hier verder met waar ik mee bezig ben".
Zo gezegd zo gedaan. Nog geen tien minuten later weer een telefoontje. Thijs had terug gebeld met de mededeling dat ik niet moest zitten zaniken en moeilijk doen en gelijk moest komen.
Een beetje pissed off, ging ik naar Heerlen en werd door de bode die al buiten stond te wachten gelijk naar de kamer van de burgemeester geleid.
De deur ging open en een heel gezelschap van burgemeesters zat rond een ovale vergadertafel in een ruimte waar ik, tot op dat moment, nog nooit was geweest en die ook, voor mij, niet gelijk zo geweldig voelde.
Ik zat ook nog steeds te denken dat ik er helemaal niet voor in was om een soort van second opinion op werk van mijn buur brandweer collega's te geven. En dat 'not amused' straalde ik kennelijk ook stevig uit. Ik kan niet anders 'spelen' en waaarom ook, toon je emotie schreef ik in het vorige blog al, niets te verbergen.
De burgemeester van Heerlen opende de vergadering weer en vertelde me eerst dat hij het wat jammer vond dat het wat lang duurde voor de brandweercommandant van Kerkrade-Landgraaf om naar hem in Heerlen te komen. Het had van alle collega's extra tijd gekost.
Ik nog meer "Not-Amused". Een gevoel van ga fietsen man vraag je eigen commandant even!
En toen vertelde hij me dat de uitnodiging aan mij van de hele groep burgemeesters aan tafel kwam en helemaal niet ging over brandveiligheid en preventie. Dat was maar een valstrik omdat niemand nog over de ware reden hoefde te weten.
Nou, ik verbaasd waarom dan?
Hij gaf Thijs namens de groep het woord en Thijs vertelde over dat plan dat ik twee jaar eerder met hem besproken had op zijn kamer. Alle deelnemers waren daarover door hem bijgepraat en waren er enthousiast over. Hij vertelde, en dat vond ik echt klasse, ook dat dat enthousiastme eigenlijk een dubbel enthousiasme was.
Allereerst voor het plan zelf dat ze samen helemaal zagen zitten (met uiteindelijk het zelfde geld een beter product voor de burgers, betere veiligheidszorg voor de burgers, besparing door gezamenlijke inkoop waarvan ik geld aan andere dingen in de organisatie die moesten gebeuren kon besteden en meer gemak voor het personeel van de nu nog individuele organisaties).
Thijs keek de anderen eerst nog even aan voordat hij het tweede enthousiasme vertelde (misschien overigens uiteindelijk voor hen wel het eerste).
Op dat moment werd er op meer vlakken over samenwerking gesproken in de mijnstreek, Oostelijk Zuid-Limburg. Dat kreeg maar moeilijk vorm en inhoud omdat er veel weerstand vanuit diverse gemeentelijke organisaties en ook burgemeesters was over de plannen. Ze waren het wel net eens over de naam van het nieuwe samenwerkingsgebied. Dat werd "Parkstad-Limburg" maar rolden met elkaar regelmatig over dezelfde tafel waaraan ik zat, zo vertelde Thijs lachend naar zijn collega's.
Als onder mijn aansturing en samen met mijn collega's ik mijn plannen voor samenwerking zou uitvoeren hadden alle burgemeesters een voorbeeld dat samenwerking in Parkstad-Limburg weldegelijk van de grond kwam. Ze kregen meer tijd om ook andere projecten beter voor te bereiden of te masseren om, met ons dan als voorbeeld, hetzelfde te doen. Iedereen zou kunnen begrijpen dat niet alles op hetzelfde moment kon en dat sommige zaken wat meer tijd nodig hadden...
Wat ik daar van vond?
Ik keek ze een beetje perplex en natuurlijk ook vereerd aan en mijn energie ging stromen. Even in en uitademen en terug naar de tijd dat ik dat met Thijs besproken had.
Even slikken en dat ging er bij mij wel in. Zeker ook vanuit de eerlijke achtergrond die me verteld was en, op dat moment, geheim moest blijven.
Ze vroegen of ik er persoonlijk voorwaarden aan wilde verbinden als ik die klus zou willen oppakken.
Ik hoefde er niet lang over na te denken en gaf alleen aan dat ik daar twee jaar geleden met Thijs helemaal niet over gesproken had maar dat dat nadien bij en met mij wel verder gegaan was.
Natuurlijk was hun verwachting dat ik zou vragen om een rangsverhoging of om meer geld en ik weet haast zeker dat daar ja tegen gezegd zou zijn.
Een extern bureau kost immers meer geld en loopt, hoewel ze de organisaties niet kennen, uiteindelijk met de door hen opgebouwde kennis en ervaring voor veel geld weg.
Mijn antwoord was het volgende en ik weet het nog als de dag van vandaag:
# Ja, ik wil dat graag doen en wordt er blij van.
# Ik wil projectleider worden van dit traject maar mijn titel als commandant Kerkrade-Landgraaf tot de tijd dat het afgerond en volledig geaccepteerd is blijven houden.
# Ik wil als het project afgerond is op voorhand geen commandant van die nieuwe organisatie worden maar plaatsvervanger.
# Ik wil met bestuurlijke formele dekking bij de start van het project van alle organisaties die mee doen tweede plaatsvervangend commandant worden zonder daarvoor extra betaald te worden en zonder in de taken van de huidige plaatsvervangers te treden. Reden is meer dat ik de bevoegdheid heb om op gelijkwaardig niveau vergaderingen en evenementen van al die organisaties bij te wonen. Ik dan van binnen uit voelen wat er in de individuele organisaties speelt ook richting elkaar als nu nog individuele korpsen. Kortom, geen spelletjes.
# De commandant van Heerlen moet mijn tweede plaatsvervanger worden omdat ik tijd te weinig zal hebben om er voor mijn eigen Kerkraadse en Landgraafse team te zijn.
Het rolde er, zoals dat nu gebeurt nu ik het hier opschrijf, zo uit.
Verbazing in de ogen van al die burgemeesters alsof er een soort van droom uit kwam. Even een stilte...
Toch nog even een vraag van een van die burgemeesters, ik weet niet meer wie, waarom ik zo stellig was om van die nieuwe organisatie straks geen baas te worden? Ik legde dat gelijk even uit.
Als ik daarvoor zou gaan, dan is mijn slagkracht als projectleider totaal weg. Iedereen denkt dat ik prachtige verhalen verkoop om er uiteindelijk zelf alleen maar beter van te worden. De commandant van Heerlen, het grootste korps en verzorgingsgebied, voorop. Dus laat hem dat dan lekker worden. Mijn tijd komt vast later wel een keer.
Hmm, daar was over nagedacht vonden ze. Ze vonden het jammer maar als dat mijn keuze was. Ga je gang maar.
Niet ik maar samen gingen we met alle korpsen aan de slag en Brandweer Parkstad-Limburg ontstond.
Het woord Veiligheidsregio was nog niet eens door Johan Remkens destijd uitgevonden maar uiteindelijk werd het wel een soort van voorlopen. En nee, geen eer aan mij. Het is niet meer dan normaal logisch nadenken van hoe het voor burgers beter kan, en je eigen energie lekker laten stromen.
Het werd en was dan ook een fantastische tijd en geweldig fijn werken in Zuid-Limburg. De brandweerfamilie werd alleen maar groter en, nee, niet altijd iedereen werd even enthousiast als ik.
Veranderingen, hoewel ze van alle tijden zijn, zijn soms een beetje moeilijk te maken en als 'locomotief' moest ik me ook soms wat inhouden en terecht.
En die bestuurders/burgemeesters, die scoorden, hun tweede enthousiasme door allemaal stellig en oprecht uit hun hart te zeggen dat nog niet alles op rolletjes liep in de samenwerking binnen Parkstad-Limburg maar de brandweer organisatie een goed voorbeeld was van hoe ze elkaar al wel hadden gevonden. En zo was het ook. Geen spelletjes en vooraf wisten we van elkaar hoe het zat. Top!
Wat mijn loopbaan en ongewenste ontslag me uiteindelijk
tot nu toe gebracht heeft.
Hoewel ik er destijds absoluut niet aan wilde, me er zelfs heel erg lang tegen heb verzet, en het ook helemaal nooit in me opgekomen was dat ik er misschien ook wel klaar voor zou kunnen zijn, gebeurde het toch. Mijn fantastische job, waar mijn hart en ziel in lagen, werd me afgenomen.
En op de keper beschouwd nu, heeft het af laten weten van mijn gezondheid en de door mijn voormalige bestuur aangespannene procedure, me uiteindelijk aardig wat opgeleverd.
Ik doel daarmee niet (!!!) op het artikel in de proviciale en nationale (NRC, etc.) krant dat na mijn vertrek, met mijn foto met een verrekijker (het meer dan fantastische en dierbare symbool, gejat van internet van mijn opa die het gebruikte bij op de auto's van zijn profesionele, no nonsence en kwalitatief hoog opgeleid personeen van Kaptein Schilderwerken. Kaptein anders dan Captijn inderdaad. Opa was erg blij en had wat diep in het glaasje gekeken toen hij de naam van mijn vader, als pasgeboren baby, bij de gemeente ging aangeven waardoor we ineens een "C" en een lange "IJ" in onze naam kregen.
Google mijn naam, ik krijg het er nooit meer af en de rectificatie na het excuusbriefje van mijn bestuur is nooit als rectificatie getoond, en je ziet mij als de grootverdiener dat jaar van Nederland die zoveel keer meer als de toenmalige "Balkenende norm" (voor de nieuwe generatie de toenmalige minister president afkomstig uit Zeeland) kreeg.
Ik werd moe van het met die verrekijker van mijn balkon kijken of dat bedrag al inzicht kwam. Helaas, nooit.
Het was slechts een truck, geadviseerd door het accountantskantoor "Deloitte en Touche". Het, door het bestuur met twee open armen ontvangen, advies was om alle kosten gerelateerd aan een paar jaar investering (het doorlopen van mijn salaris, de toelagen voor mijn waarnemer, kosten van ziekte begeleiding, etc.) en de dubbele advocatenkosten (van zowel hen als van mij waartoe het bestuur juridisch verplicht werd om te betalen) in 1 jaar van de begroting af te boeken.
De directeur (ik dus) had gelukkig dat jaar voldoende reserves over gehouden zodat de burgemeesters niet om extra geld naar de gemeenteraden terug hoefden.
Dat voelde prima! Uitleg en schaamte afgewend. Hoe eenvoudig kan het spel niet worden gespeeld. Een soort van 'Kop in het zand" en "Wij zijn nu even niet thuis", "Na ons de zondvloed". "Wij weten nergens van en wassen onze handen in onschuld...".
Heb ik dan helemaal niets 'misdaan', geen 'fouten' gemaakt of de organisatie in het veranderingsproces, ondanks tegenwerking van (ook interim) managers van andere organisaties binnen en buiten het zelfde gebouw aan de Segeerssingel 10 in Middelburg, alleen maar zonder enige fout de juiste richting in gestuurd?
Natuurlijk wel. Je bent ook maar een mens en op een dergelijk proces 'even vooraf oefenen' was er vanzelfsprekend, zoals in de meeste gevallen niet bij. En daar, onder andere over die inzichten, ging mijn blog van 30 juli, "Lessen die ik geleerd heb en ervaringen die ik heb opgedaan", over.
Die veiligheidsregio, mijn volle overtuiging, moest er komen en... is er (vraag niet wat het gekost heeft aan inzet, externe inhuur van bureaus en extra financien) ook gekomen.
En hoewel die gedachte nu zo logisch als wat is, was dat destijds nog lang niet het geval. Het oude gedachtegoed dat je de grootste en belangrijkste speler moest zijn, binnen de brandweer, de politie, gezondheidszorg, etc. was diep geworteld. En individuele spelers, die zichzelf meer dan belangrijk vonden, verzette zich er stevig tegen.
In Zeeland, de regio met het op Rotterdam-Rijnmond na, grootste regionale en nationale risico, kreeg ik als directeur zelfs het verbod om een netwerkorganisatie te bouwen door bewuste dwarsliggers. In de notulen van de vergaderingen van destijds staat die zinsnede ook letterlijk opgenomen.
Een schok omdat ik daarvoor juist was aangetrokken en de wervingsadvertentie in de krant daar specifiek op inzette; "Een netwerker pursang, die optimale samenwerking tussen alle individuele organisaties die een bijdrage aan fysieke veiligheid binnen onze mooie provincie Zeeland verzorgen, tot stand brengt".
Burgemeesters die het eigenlijk toch wel zagen zitten waren bang voor de enkele hoofdrolspelers die tegen waren. Het zorgde voor mijn burn-out. Mijn fout omdat ik in plaats van het maar te laten rusten, juist harder ging werken om aan dat destijds dode paard te trekken.
Jammer dat iemand van "De Overkant" (Zeeuws-Vlaanderen), die het op het eerste gezicht volkomen terecht en na zijn ervaring dat de zoveelste manager die in Zeeland van het bestuur met een zak geld mocht vertrekken, allemaal wat erg veel werd, zonder enig wederhoor, zijn blog over "De veelverdiener Frans Captijn" publiceerde.
Het maakte de persoonlijke schade die ik opliep, "met dank" (???) nog erger. Een foto, die hij vond op internet van mij, samen met mijn vriendin waarmee ik destijds samen woonde, plaatste hij er vrolijk bij. Zeker tegenover haar niet netjes om het even zacht uit te drukken. Zij had en heeft er immers helemaal niets mee te maken gehad.
Iemand die ik tot op de dag van vandaag niet ken en ook absoluut niet hoef te kennen. Iemand, als ik de koppen van zijn andere blogs pas geleden maar heel evenjes in een flits zag langs komen, misschien heel terecht, vol zit van frustratie. Ergernis en irritatie over wat er ooit in Zeeland met gemeenschapgeld gebeurde en misschien, in zijn ogen, nog steeds al dan niet 'verkeerd' door politiek, bestuur of anderen, gebeurt.
Mijn middelste geliefde broer Guus ging, tot het gaatje en met gigantische inzet en enthousiasme, door om zijn volledige pensioen, destijds op 65 jarige leeftijd, te halen. Hij was mijn voorbeeld. Hoewel ik ook heel 'gewoon' van die leeftijd uit ging lukte dat mij niet. Ik moest afhaken, mijn schip als Captijn verlaten, of ik nu wilde of niet.
Binnen de familie werd daar soms wat vreemd tegenaan gekeken. Zo'n fantastische positie, soma bekend van (provinciale) radio en tv. Een auto met prive chauffeur voor de afstanden buiten de provincie waar ook mijn voorzitter gebruik van maakte. Dat is toch zo enorm geweldig en... Dat geef je toch niet zomaar op?
Zo ik al zei, ik kon en mocht ook niet meer verder op het schip dat voor ons team (bij elkaar een club van zo'n 1350 personen) en voor de bevolking waar we voor stonden (en voor staan). Het schip dat destijds zo'n kleine twee jaar van Regionale Brandweer Zeeland al was omgedoopt tot "Veiligheidsregio Zeeland".
Anders dan mijn inmiddels overleden top broer, kan ik zeggen:
"Als morgen ook voor mij de zon niet meer op mocht gaan, treur dan niet. Ik heb een meer dan fantastisch leven gehad en van mijn 'pensioen' (het stoppen met mijn carriere binnen de fysieke veiligheid), gezond en wel, tot nu toe al heel lang genoten".
Te triest dat dat hem, door de verandering van zijn gezondheid na zijn gepensioneerde leeftijd, niet lang is toegevallen.
En ja, morgen kan het over zijn. Ik besef dat maar al te goed. Meer dan 31 jaar was dat immers voor mij de haast dagelijkse confrontatie van anderen, mensen die door welke meestal onverwachte situatie dan ook pardoes het leven lieten, in mijn werk.
En toen...:
Ik had een tijd nodig om te beseffen dat die black-out, dat eenzijdige ongeval en die burn-out die nog steeds voort duurt, eigenlijk een groot cadeau voor mij waren.
Een aanbieding om een tweede leven in een leven te mogen starten en ook af te ronden. En met dat laatste ben ik, althans voor wat betreft mijn gevoel, zeker nog jaren niet klaar.
Ik heb me, vlak nadat ik hier eerst een jaar op proef ging wonen, omgeschoold. Dat proefjaar is voorbij en ik woon en leef hier permanent. We leven hier, samen met onze dieren, 180 graden een andere levensstijl en levenshouding.
Na het afronden van opleidingen op de Boeddhistische universiteit in Chiang Mai Thailand, en door opleidingen in Nederland mocht ik ander werk hier uitvoeren. Toch eigenlijk ook een soort van hulpverlening.
Ik werd gecertificeerd meditatie-, Kundalini yoga-, en Tantra docent en ook in Nederlands en Engels gecertificeerd life- & talent coach.
Het, vrij, werken op het fantastische Wellnessresort in Mae Rim was een verademing.
Daar, doordat het resort door de pandemie moest sluiten, was ik weer heel even zonder werk. Mijn nieuwe Thaise vriendin, inmiddels alweer een paar jaar mijn vrouw, kreeg van haar ouders een aantal grote stukken (bouw) land. Iets dat op het platteland tot de familietraditie behoort.
Met mijn achtergrond als bouwkundig ingenieur en architect besloten we samen de handen uit de mouwen te gaan steken. Het idee was, en is nu na iets meer dan zes jaar werk zo goed als klaar, om een mini-spiritueel centrum met twee gastenpiramides en diverse andere facilteiten te gaan bouwen.
Ik maakte het ontwerp. De tekeningen en berekeningen. Na eerst wat aarseling over mijn achtergrond bij de gemeente (nadien aangetoond door gecertificeerde diploma's die ik van mijn bouwkunde opleiding in Nederland nog had), kregen we vergunning. We mochten het op het grote stuk land naast rijstvelden en bos en op 500 meter van het dorp waar de oude moeder van mijn vrouw nog steeds haar huis heeft en familie van mijn vrouw wonen, met onze eigen handen te gaan neerzetten. Ook voor de immigratiedienst werd dat jurridisch allemaal binnen de geldende regels officieel geregeld omdat ik, hier gepensioneerd, formeel niet mag werken.
We besloten dat mijn vrouw haar baan bij een Amerikaanse bank in Bangkok, maar op zou geven en samen, zonder hulp van bouwvakkers, lieten we het vanuit ons hart ontstaan.
Even wennen voor haar om te leren beton te vlechten en, met uitzondering van ongeveer alleen lassen, versteld te staan dat ze dit allemaal kon leren, kon doen en/of er tenminste bij kon helpen.
Ik wacht maar af wat me/ons nog gegeven wordt om hier op mijn "thuisplek" te genieten en open te staan om er voor anderen, als een soort van hulpverlener, in de nabije toekomst op ons 'Mini-spiritueel centrum" in Thailand te blijven zijn.
En mocht dat niet gebeuren? Ook dan is het helemaal prima en is er voor mij/ons hier nog heel veel te doen en te ontwikkelen.
Die twee piramides zijn er te allen tijde primair voor mijn kids als ze hier weer op vakantie zijn. Zo hebben ze op voorhand een zalige prive plek.
En verder hebben we ook af en toe gasten van de stichting 'Vrienden op de fiets" die ons aan doen.
Met andere woorden... Dank jullie wel!
Hoewel het op deze manier voor mij zo absoluut niet had gehoeven en ik me ook geenszins zo had voorgesteld.
Achteraf gezien is het misschien de 'afdronk' van het gespeelde onderliggende en achter gesloten deuren gespeelde spel.
Een afloop waarvoor ik me, misschien op het eerste gezicht, richting de burgers en bezoekers van Zeeland kapot zou moet schamen. Best een logische gedachte.
Dat gevoel heb ik anderhalf jaar tijdens mijn dure 'revalidatie' die eigenlijk niet echt gelukt is, erg aangetrokken.
Toch zeg ik vanuit al mijn ervaringen en geknok om terug te komen nu, "Daar ben ik helemaal mee klaar en, als je dat toch nog wilt, klop dan even bij al die andere deuren, maar dan van alle gemeentehuizen in Zeeland, aan".
Sorry lieve mensen, ik had het allemaal anders bedoeld, bedacht en zeker ook gewild. Noem het "gemakkelijk gezegd" maar moeilijker kan ik het helaas niet maken na de vooral mentale 'schade' die ik tot op de dag van vandaag ervaar.
En nee, dit zie ik persoonlijk niet als vorm van nog even fijn willen "natrappen". Verre van dat. Daarvoor waren en zijn mijn voormalige en dierbare collega's en het fantastische en uitdagende werkgebied in Zeeland me te dierbaar.
En als laatste:
Dank je wel Jan voor de steun die ik altijd van jou als burgemeester en als mijn voorzitter (en regelmatig ook van je vrouw Anique) in Zeeland gehad en ervaren heb. Ik besef dat het met mij als ongeduldige, enthousiaste, snelle en springende 'Puppy' niet altijd gemakkelijk werken voor je was.
Frans Captijn