maandag 14 september 2026

Dorpen lopen hier leeg. Wat is de toekomst?

Afgelopen week drie crematies om ons heen. Het wordt leger en leger. 

Al een aantal jaren gaat er haast geen week voorbij of we horen hier niet om 6 uur in de ochtend de overbekende 'overlijdensmuziek'. Ik publiceerde er al eens een keer een blog over. 

Kaarten worden hier niet verstuurd, de muziek is de aankondiging van het overlijden van iemand. De luidsprekers in het dorp, samen met de dorpsroddels, verspreiden razendsnel de 'nadere info'. 

Niet alleen ons dorp loopt leeg. Het is eigenlijk een standaard gegeven voor het platteland hier. En het gaat steeds sneller. De pandemie 'hielp' en helpt een handje mee. 
In de ca. zeven jaar dat wij hier nu op het platteland wonen is onze dorpsgemeenschap met ongeveer 1/3 gekrompen. 

Het zijn meest ouderen, opa's en oma's, die hier nog wonen. Maar ook dat is vanzelfsprekend eindig. 

De basisschool in het dorp heeft, op het eerste gezicht vreemd genoeg, de deuren nog steeds open. 
De culturele reden daarvoor is dat de zonen en dochters van de ouderen die hier nog wonen in de stad werken en een kamer hebben. Die kinderen werken 6 dagen per week en meestal gemiddeld zo'n 10 uur per dag.
Hun kinderen, de kleinkinderen, worden door opa en oma (als die er al samen nog zijn of anders een van de twee die over is) 'opgevoed'.  

Jonge mensen zie je hier steeds minder. Als ze hier al op een hogeschool of universiteit in de provincie gestudeerd hebben vertrekken ze. 
In de voetsporen van hun ouders, meestal boeren, stappen is voor hen geen optie. 

Het basis werk in het Noord-Oosten van Thailand is in de landbouw en veehouderij. Rijst, rietsuiker, koeien en waterbuffels. 

Het is hard werken voor de (rijst)boeren, kost veel geld en blijft jaar na jaar afhankelijk van het regenseizoen. Een keer per jaar, in de meeste gevallen, oogsten. De uiteindelijke netto-winst is mager en daar moet je het dan een jaar mee doen. 
De nieuwe generatie ziet er vanaf. Duurdere mechanisatie neemt dan ook toe waarvoor vaak grote leningen worden afgesloten. De netto-opbrengst loopt daardoor feitelijk nog sterker terug. 

Toerisme is in grote delen van het Noord-Oosten niet een echte inkomensbron. Dat vind je in en rond de grote steden en in het zuiden langs de kust en op de eilanden. 

We hebben hier geen grote fabrieken waar vele mensen werken. Een paar, middelmatig grote, winkelcentra. 
Inderdaad een uitgaansgebied hoewel, in mijn ogen, geen bruizend uitgaansleven. Van de categorie mensen die daar normaal gesproken bijvoorbeeld in het weekend op inzet, lopen er hier verhoudingsgewijze maar weinig rond. 

Het heet urbanisatie. Werken in de stad met alles wat daarbij hoort en komt. Toch een beetje het 'rustige' leventje veranderd in 'hollen'. 
Als basis is het immers nodig om je gezinnetje draaiend te houden, je ouders te kunnen verzorgen (ook een cultuurding hier), mee te gaan in de 'welvaart' van consumeerderen en, niet te vergeten, je inmense schulden af te lossen. 

Zoals gezegd, het is de landbouw waar hier als basis geld verdiend moet worden. Ook in constructie wordt hier geld verdiend. Toeleveringsbedrijven, bouwmarkten en betoncentrales te over. Maar dat biedt geen werk of voldoende hoge inkomsten voor een gezin met jonge kinderen.

Velen kijken rijkhalsend uit naar een stabiele baan binnen het overheidsapparaat. De kans om daarin binnen te komen is zeer klein. Honderden gegadigden voor een baantje. Zelfs als je hele goeie papieren hebt. Regelmatig gelden andere methodes om mensen er in binnen te halen. 

Maar, zoals gezegd, het loopt hier steeds verder leeg. En als opa en oma er niet meer zijn dan zullen ook de kindertjes voor de basisschool in het dorp verdwijnen. 

Wat is of wordt de toekomst? 

Voor ons, samen met onze dieren, is het hier zalig en relaxed leven en wonen. Alles wat we nodig hebben is hier zonder problemen te vinden en veel meer dan dat. 
Ook hebben we een auto voor als we er op uit willen. Daarnaast,voor de afwisseling, ook ons bezoek aan Chiang Mai een paar keer per jaar en vrienden en kennissen bezoeken. 

Als ik een jaar of tien vooruit kijk dan verwacht ik hier grote veranderingen. 
Minder mensen die hier continue/dagelijks leven. Meer, misschien nieuwe, vakantie-huizen waar mensen vanuit de stad een paar keer per jaar tijdens vakantie of verlof gebuik van maken. Ze zijn er immers ooit opgegroeid en het is even die vlucht uit de 'rat-race' naar een plek waar ze de grond toch al, als familiebezit, bezitten. Een plek die nog steeds goed voor ze voelt maar voor hen geen financiele toekomst kan bieden.  

Natuurlijk zal rijst blijven worden geoogst. Er zullen grotere samenwerkingsverbanden/cooperaties ontstaan en meganisatie zal een vlucht gaan nemen. 

Scholen zullen verminderen en de school in ons dorp mogelijk verdwijnen. En omdat van oudsher tempels en (basis)scholen aan elkaar gekoppeld waren, zullen ook tempels verdwijnen. De huidige ouderen (sponsors van het systeem) verdwijen en de nieuwe generaties hebben er, hoewel diep geworteld, steeds minder mee. Ook al door de toenemende stroom aan in de (sociale) media gedeelde schandalen die er plaats vinden. Daarnaast zie je ook hier gezinnen heel langzaam kleiner worden. 

AI, automatisering en de grotere inzet van robottechniek zullen er voor zorgen dat er, ook in het overheidsapparaat, minder mensen nodig zijn. 

Misschien breidt de stad in de provincie wat verder uit. 

Ik verwacht dat de veranderingen hier steeds sneller zullen gaan. Ik hoop het te kunnen meemaken omdat het, in mijn ogen, onafwendbaar is. 


Frans Captijn  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten